Diploma's - Onderdelen per diploma

Basistest A: Basistest B:
A 1. Voorwaarts Rijden B 1. Achterwaarts Rijden
A 2. Stoppen B 2. Opsprong
A 3. Slalom om pionnen B 3. Zweefstand voorwaarts
A 4. Ooievaar voorwaarts B 4. Sleepje
A 5. Zitje op twee benen B 5. Draai van voorwaarts naar achterwaarts
A 6. Achterwaarts rijden op 2 benen B 6. Ooievaar achterwaarts
A 7. Kleine sprong met 2 voeten B 7. Chassé voorwaarts links en rechts

Basistest C: Basistest D:
C 1. Met snelheid schaatsen tussen de lijnen D 1. Mohawks links of rechts (op cirkel)
C 2. Visjesparcours D 2. Voorwaarts overstappen links en rechts
C 3. Losse, drieën buitenwaarts, links en rechts D 3. Achterwaarts overstappen links en rechts
C 4. Chassé's + zweefstand D 4. Pirouetten op 2 benen
C 5. Chassé's + slalom op 2 benen om pionnen D 5. Zweefstand achterwaarts
C 6. Draaien op Cirkel D 6. Zitje op 1 been
C 7. Ooievaarparcours D 7. Drietje met een haasje links of rechts

Basistest E: Basistest F:
E 1. Drieënparcours in achtvorm F 1. Voorwaarts cross roll
E 2. Mohawksparcours in achtvorm F 2. Voorwaarts slangenboog links en rechts
E 3. Passenserie op een hockeycirkel F 3. Spreid Rittberger
E 4. Halve Sprongen op cirkel F 4. Kadet
E 5. Landingshouding F 5. Spot
E 6. Voorwaarts halve buitenbogen F 6. Salchow
F 7. Standpirouette op 1 been (min. 3x)


Jurywaardering per element
Per element wordt 0. 1. 1,5 of 2 punten toegekend.

Basistest A. minimaal 6 punten
Basistest B. minimaal 8 punten
Basistest C. minimaal 9 punten
Basistest D. minimaal 10 punten
Basistest E. minimaal 11 punten
Basistest F. minimaal 12 punten

Men kan 1 element overslaan of 0 punten halen, dan verdient en toch een diploma als men aan de gestelde minimum eis voldoet.